|
ATTESTATIES DE VITA 1807-1809 |
Erfgoedcentrum DiEP (stadsarchief Dordrecht)
archief 4
inventarisnummer 111
(gedrukt) EXTRACT uit het register der Besluiten van de
gedeputeerden uit het Departement Bestuur van Holland, genomen op Dingsdag
den 21sten April 1807.
Ontvangen eene Missive van den Mminister van Oorlog van Zijne Majesteit den
Koning van Holland, geschreven alhier in den Haag den 14 dezer, daarbij, met
toezending van een aantal Exemplaren der Formulieren, bij hem gearresteerd, waar
naar de Attestatien DE VITA en DE MORTE van gepensioneerde of gegageerde
Militairen, in het vervolg door de gemeente-Besturen zouden behooren te
worden ingerigt; tevens voordragende de wijze, op welke het verleenen der
voorsz. Attestatiën zoude behoorenplaats te hebben, alsmede de dispositien,
betreffende het gebruik van het klein Zegel op de Attestatien de Vita van
gepoensioneerden en Gegageerden; en verzoekende; dat dit Bestuur daaromtrent de
noodige aanschrijving gelieve te doen: zijnde dezelve Missive van den volgende
inhoud.
In Den Haag, den 14den April 107.
De MINISTER van OORLOG van ZYNE MAJESTEIT den KONING van HOLLAND
Aan Het Departement Bestuur van Holland.
"Aan mij gebleken zijnde, dat door de gemeente en plaatselijke Besturen,
niet alleen verschillende Formulieren gevolgd worden, waar naar de Attestatien
de Vita en Morte van gepensioneerde of gegageerde Militairen, door hun
worden gepasseerd; maar dat van tijd tot tijd, als een gevolg van te veel
vertrouwen op ondergeschikte geëmplijeerden in de afgifte van dien,
onnaauwkeurigheden insluipen, en 'er niet weinig grond tot vermoeden is, dat Gagements-Acten
van eenige gegageerden, welke reeds voor lange overleden zijn nog werkelijk
ongeroijeerd circuleren, heb ik mijne gedachten laten gaan omtrent de keuze der
middelen waar door aan de eene zijde, behoorlijke gelijkvormigheid zoude kunnen
worden ingevoerd, en ten anderen en wel voornamelijk alle misbruiken geweerd; -
en het is mij voorgekomen, dat hier in, door algemeene Voorschriften zoude
kunnen worden voorzien, mits tevens de aandacht der gemeente-besturen worde
opgewekt om alle ingeslopen abuisen te corrigeren en voor 's Rijks belangen
nadeelige practijken krachtdadig tegen te gaan.
Om echter zoodanige voorziening naar vereisch daar te stellen, is mij de
tusschenkomst van Ul. mijne Heeren, volstrekt noodzakelijk toegeschenen, en op
Ul. volledige medewerking rekenende, ontbiede ik Ul. bij deze om ter bereiking
mijner oogmerken de respective gemeente- en Plaatselijke Besturen, binnen Ul.
Department te willen aanschrijven en gelasten om:
(1) Over het Kwartaal verschenen den 31 Maart l.l. en vervolgens geene andere
Attestatien de Vita aan gepensioneerde Officieren, Weduwen van gesneuvelde
Officieren, Onder-officieren en Soldaten en gegageerden Militairen uittereiken,
dan welke in alle opzigten overeenkomstig zijn aan de Formulieren bij mij
gearresteerd, van welke ik een aantal Exemplaren hier bij aan Ul. toezende.
(2) Om ieder in den haren eene Commissie te benoemden, speciaal belast om ter
gelegenheid van voorschreve afgifte
a - het strikste onderzoek te doen naar de misbruiken welke met de
Gagements-Acten mogen gepleegd zijn, en om zich door de meest gepaste middelen
te overtuigen,d at de Hoduers der gagements-Acten, werkelijk de Personen zijn,
aan wien het gagement in der tijd is verleend; - zullende ten dien einde, door
die Commissien al mede behooren te worden gelet op den ouderdom der zich
aangevende Personen, en of dezelve kan overeengebragt worden, met de jaren en
tijden van dienst welke in der tijd in de Acten zijn ingevuld.
b - Te zorgen dat niet een ieder die zich daar toe zal aangeven, als Getuige
worde geadmitteerd, maar alleen dezulke gezeten Burgers toegelaten, welke aan de
gemeente-besturen volledig bekend , en wier eerlijkheid en getuigenis boven
allen twijfel us.
c - Insgelijks te inquireren of de Weduwen van gesneuvelden in de daad niet
hertrouwd ziijn, en zich bij voortduring in behoeftige omstandigheden bevinden.
(3) Bij overlijden van eenig der in voorschreve termen verserende Persoon her
van, met opgave van den datum van 't overlijden, dadelijk aan mijn Ministerie,
Buraeu van Soldijen, te willen kennis geven en bij de afgifte ter Attestatie de
Morte, (ingerigt volgens nevensgaand voorschrift, de Pensioen of Gagements-Acte
met eene schuins opgaande roode streep te roijeren, en dezelve aan de Attestatie
met het plaatselijk Zegel voorzien vast te hechten.
Wijders verzoeke ik Ul. Mijne heeren, om al mede ter kennis van de respective
gemeente-Besturen te brengen, de volgende dispositien, betreffende het gebruik
van het klein Zegel op de Attestatien de Vita van gepensioneerden en
Gegageerden.
(1) De Attestatiën de Vita, welke dienen moeten tot Ontvang van gagementen,
Pensioenen en Gratificatiën, meer dan f 50 in het jaar, doch beneden de Som
ieder Kwartaal bedragende, behooren slechts éénmaal in het jaar en wel over
het eerste Kwartaal, van het bij S 77 der Zegel-Ordonnantie vereischte Zegel
voorzien te zijn, - terwijl alleen voor die Pensioenen, Gagementen en
Gratificatiën, welke in ieder Kwartaal meer dan f 50 bedragenelke Attestatie de
Vita zal behoeven gezegeld te worden.
(2) De Pensioenen van Officieren en Gratificatiën van Officiers-Weduwen
begrepen zijnde onder de beneficien bij S 32 der Zegel-ordonnantie bedoeld, is
deswegens bepaald, dat door voorsz gebeneficeerden eenmaal in het jaar het Zegel
op hunnen Attestatien de Vita, zal meoten worden geaugmenteerd met een half
perCent van het beloop hunner Pensioenen of Gratificatiën, van welk verhoogd
Zegel moet worden vorozien de Attestatie welke over het eerste Kwartaal, of over
de eerste zes maanden van ieder jaar worden afgegeven.
In vertrouwen dat door Ul. met den meesten spoed en met al den aandrag welke het
gewigt der zake vordert, aan deze mijne aanschrijving zal worden voldaan, noem
ik mij met alle hoogachting"
De Minister voornoemd
D. van Hogendorp.
WAAR op gedelibereerd zijnde is goedgevonden en verstaan, de voorschreve
Missive, met toezending van een Exemplaar van ieder der voorsz Formulieren bij
Extract dezes te brengen ter kennisse van de respactive gemeente-besturen binnen
dit Departement, met aanschrijving en last, om ieder in den hare, voor zoo veel
hen aangaat, zich daarnaar stiptelijk te gedragen.
Accordeert met voorschreve Register.
S.P. van Swinden.
+
(gedrukt) 's Koning dienst - No. 6 In den Haag, den 30sten Julij
1808.
(Kennisgeving aan den Directeur-Generaal der Publieke Schuld gevorderd, van
het overlijden van een gegageerde, zoo wel als aan den Minister van Oorlog)
De LAND-DROST in het DEPARTEMENT MAASLAND, ontvangen hebbende eene Missive van
Zijne Excellentie den Minister van Oorlog, in dato 27 dezer No 16, tweede
Divisie, tweede Bureau, uit hoofde, dat het Zijne Majesteit behaagd heeft, de
Pensioen- en Gagementsbetaling, na ultimo Junij ll., te doen overbengen naar de
Bureaux van den Directeur-Generaal der Publieke Schuld, - den land-Dorst
verzoekende, orders te willen stellen, dat bij gelegenheid der kennisgeving van
het overlijden van een gepensioneerd of gegageerd Officier, Onder-Officier of
Soldaat, aan het Ministerie van Oorlog ook te gelijk, daarvan aan den
Directeur-Generaal der Publieke Schuld informatie worde gegeven;
SCHRIJFT de Land-Drost dien ten gevolge, de Burgemeesters in de Steden van de
Eerste Klasse, mitsgaders de Gemeente-Besturen in de overige Steden en plaatsen
van dit Departement, bij dezen aan, om van het overlijden van een gepensioneerd
Officier, Onder-Officier of Soldaat, niet alleen aan het Ministerie van Oorlog
kennis te geven, maar ook te gelijk, den Directeur-Generaal der Publieke Schuld,
te Amsterdam residerende, vanzoodanige sterfgeval berigt te doen toekomen.
J.D. van Slingelandt, waarnemend het Land-Drost-Ambt
van Maasland.
+
(gedrukt) 's Koning dienst - No. 6 In den Haag, den 20sten van
Lentemaand 1809.
(Aan de Burgemeesters der Steden van de eerste Klasse, mitsgaders aan alle de
gemeente-Besturen toegezonden een Formulier der Attestati:en de Vita en de
Morte, waar na dezelve voortaan voor alle gepensioneerden of Gegageerden zullen
moeten worden ingerigt)
De LAND-DROST van het Departement MAASLAND ontvangen hebbende eene Missive van
den Directeur-Generaal der Publieke Schuld, in dato den 15den dezer No 56,
daarbij, uit aanmerking van de noodzakelijkheid voor den geregelden loop der
administratie, dat de Attestien de Vita en de Morte op eene gelijke wijze worden
ingerigt, de daartoe vereischte gearresteerde Formulieren doende toekomen.
HEEFT de Land-Drost goedgevonden bij dezen een Exemplaar van gemelde Formulier
van de Attestatie de Vita, als mede der Attestatie de Morte aan den Burgemeester
der Steden van de eerste Klasse, en aan de gemeente-Besturen van de overige
Steden en plaatsen binnen dit Departement te doen toekomen; met verdere
aanschrijving, om, indien de afgifte door hun zelven geschied, of wel, indien
zulks plaats heeft door andere Autoriteiten of Personen, de noodige orders te
willens tellen en te zorgen dat de Attestatiën voortaan worden ingerigt volgens
de hiernevens gaande Formulieren; voorts te zorgen dat alvorens de Attestatiën
de Vota worden afgegeven; door de Gepensioneerden onder presentatie van Eede
verklaard worde dat zij geen militair of Burgelijke post bekleden, waar voor zij
ui t's Rijks Schatkist worden gesalarieerd, en bij aldien deze verklaring door
de gepensioneerden niet mogt kunnen worden afgelegd, of wel, wanneer aan de
gemeente-Besturen, of andere ten deze bevoegde Autoriteiten, mogt bekend zijn of
blijke, dat bij hen daar van aan den Land-Drost dadelijk kennis te geven, ten
einde den Directeur-Generaal der Publieke Schuld daar van te informeren; -
wordende de gemelde Burgemeesters en de Gemeente-Besturen voorsz geinviteerd om
met Attestatien volgens de gemelde Formulieren te doen inrigten.
De land-Drost voornoemd,
C.G. HULTMAN.
(c) Dordrecht EvD mei 2009.